Skip to main content
Paulien Kuipers

#goedverbonden

Dit is de twaalfde column in een serie over het gezin in tijden van corona. Onder de naam #goedverbonden schrijft gezinspsycholoog Paulien Kuipers van Stichting Kinderleven over thema’s en gebeurtenissen uit haar praktijk.

Naar de meest actuele blog>

Gezondheid
Terug naar overzicht Blog 12 #goedverbonden

Broers en zussen

Om met een ander kind te kunnen spelen zijn broers en zussen in deze periode vooral op elkaar aangewezen. De kameraadjes van school zien ze nu niet en de teamgenootjes van de voetbalclub of de zwemles zijn uit de reeks dagelijkse ontmoetingen verdwenen.
Veel activiteiten doen broers en zussen nu dus met elkaar: het schoolwerk maken (waar je voor coronatijd ieder in je eigen klas zat); buitenspelen (waar je voorheen vooral met je eigen vriendjes speelde); eten, televisiekijken, IPad bedienen, boodschappen doen.

Maar lukt het broers en zussen ook om elkaars ‘kameraad’ te zijn?

Dat het op-elkaar-aangewezen zijn tot aanvaringen leidt is begrijpelijk. Het zal regelmatig uitlopen op gekibbel, geschreeuw of op ‘met de deuren slaan’.

Ruzies tussen broers en zussen verlopen vaak volgens vaste patronen. De oudste zit bijvoorbeeld ‘altijd’ de jongste dwars, of de jongste de oudste. Het komt vaak voor dat de jongste wil doen wat de oudste doet, die dat dan weer niet toestaat. Ook de bemoeienis van ouders loopt nogal eens volgens vaste patronen. De ene ouder neemt het standaard op voor het ene kind, de andere ouder voor het andere kind. Of één van de ouders gaat de ruzie oplossen terwijl de andere ouder roept: “Laat ze maar.”

Veel ouders geven aan de rol van politieagent meer dan zat te zijn. Ze zouden willen dat hun kinderen zélf de ruzies konden beslechten. Ja en dat is nu net precies wat kinderen nog -bijvoorbeeld van hun ouders – moeten leren. Kinderen bevragen op welke manieren ze zelf denken hun ruzie te kunnen beëindigen kan helpen. Help hen met hun plan om bijvoorbeeld samen het speelgoed te delen, of: om beurten er mee spelen, of: maar even niet samen hetzelfde doen. Dat is misschien de gulden middenweg tussen politieagent zijn en niets doen.

Ik hoor van ouders ook andere geluiden: “Onze kinderen zijn in deze coronatijd echt naar elkaar toegegroeid” of “Ik hoorde ze niet meer, ze hebben de slaapkamers omgebouwd tot circustent en vermaakten zich uren aan een stuk” en ”Met al het speelgoed is nu echt eens eindeloos gespeeld’. Sommige ouders geven aan dat ze niet wisten hoe lief de kinderen voor elkaar konden zijn en vertellen dat hun kinderen elkaar troostten bij verdriet.

Maar of het nu fijn of moeilijk verliep tussen de broers en zussen, de meeste ouders zeggen dat ze het thuis zitten langzamerhand wel zat zijn. Dat geldt zeker ook voor de kinderen, die ernaar verlangen om hun eigen activiteiten weer op te kunnen pakken. Gelukkig beginnen na de meivakantie de scholen weer!


andere items binnen dit thema